Woord van de voorzitter

Hebt u het licht al gezien?

Philippe VAN GAEVER – Voorzitter VPG

Beste lezers,

Wie had begin 2020 ooit gedacht dat we het jaar zo zouden eindigen? Ik herinner mij nog dat ik de eerste week van maart ging skiën in Zwitserland en bij mezelf dacht: het zal allemaal wel meevallen, wij leven in een modern land met een open communicatie en die enkele gevallen waar we van horen, zullen eerder uitzondering dan regel zijn.

Niet lang erna zaten we in de eerste lockdown. In het begin zag ik er alleen nog maar het positieve van in: minder luchtvervuiling en zo goed als geen straatlawaai meer. Ook de digitale communicatiemiddelen maakten dat veel zaken efficiënter dan gewoonlijk konden worden afgehandeld. Als min of meer gehoorzame burger – onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkentenis minstens als het algemeen belang dat voorschrijft – die dagelijks in nauw contact staat met personen uit de risicogroep, kon en kán ik niet anders dan proberen de regels zo strikt mogelijk op te volgen. De tol was al vrij snel dat alle dagen er hetzelfde uit zagen met als meest opwindende uitstapje de winkel of een wandeling. Gelukkig was er nog het ‘Woord van de Stafhouder’ in de uitzonderlijke nieuwsbrieven.

 

Het zag er echter naar uit dat we niet al te lang zouden moeten wachten op versoepelingen en naarmate die tegen de zomer kwamen, kon terug worden genoten van een gediversifieerder gamma aan activiteiten. Genieten met mate bleek echter niet iets waar de individualistische westerse medemens aan doet. Plezier hier en nu, persoonlijk genot. Dat blijken de huidige kernwaarden van onze maatschappij te zijn en al helemaal na een lockdown.

Ik hoef het nieuws niet te volgen om dat vast te stellen. Ik kon het met eigen ogen waarnemen bij een groot aantal mensen dat nochtans juridisch of medisch is opgeleid en dat tegen beter weten in regels te pas en te onpas aan hun laars lapt. Trouwens, de logica zegt mij dat als iedereen de regels had nageleefd we niet in de huidige situatie zouden zitten. Blijkbaar is streng niet streng genoeg. Als advocaat ga ik hier uiteraard niet verkondigen dat regels steeds even duidelijk zijn en altijd en overal kunnen worden gevolgd dan wel toegepast – men moet toch wel rekening houden met de feiten die eigen zijn aan iedere specifieke situatie, niet in het minst met de menselijkheid die soms de bovenhand neemt – maar kwaadwillig regels niet respecteren of er misbruik van maken, lijkt mij in te gaan tegen de eed die ik heb afgelegd.

Het toppunt is dan nog dat degenen die zich zo gedragen eigenlijk niet beschaamd lijken te zijn over hun gedrag. Integendeel, ze zijn fier op hun burgerlijke ongehoorzaamheid. Ze plegen verzet tegen een dictatuur die alleen in hun hersenkronkels bestaat. Meer nog, ze gaan bij een ander fouten zoeken en zaken uit de context trekken, daar waar ogenschijnlijk geen regels werden overtreden, in een poging hun medemensen te corrumperen. Wie zich niet verzet, is gehersenspoeld.

Een sociale druk die niet te onderschatten is. Zo heeft men mij bijvoorbeeld letterlijk gezegd dat ik in tijden van oorlog als een lam naar de slachtbank zou worden geleid in een kamp.

Dan blijft natuurlijk de vraag waarom die mensen dat toch doen. De meest voorkomende antwoorden die ik mocht optekenen waren: (1) de regering en de experten zijn onnozelaars (2) ik ken mensen die het hebben gehad en die zijn ok (3) ik doe toch niks ergs, voor de rest let ik echt wel op hoor (4) ik snap de regels niet. Dat laatste sprong ertussen uit bij juristen. Die mentaliteit in combinatie met een lage pakkans zorgt ervoor dat we vandaag allemaal – en wellicht nog voor lange tijd – gestraft blijven.

Dat deze antwoorden vanuit wetenschappelijk oogpunt geen excuus zijn, blijkt afdoende wanneer men er wat wetenschappelijke tijdschriften op naslaat. Ik lees bijvoorbeeld al een twintigtal jaar New Scientist en zijn voorganger. Het is duidelijk dat het om uitvluchten gaat van een niet onaanzienlijk aantal mensen die gewoon hun willetjes en grilletjes bovenal moeten kunnen botvieren en die eender welk excuus zullen aangrijpen om dat toch te kunnen blijven doen. Het zal hun worst wezen dat zij het eigenlijk ook verpesten voor degenen die zichzelf wel limieten kunnen opleggen. Het kinderlijke geloof van de regering en wetenschappers in de goede trouw van de mensen is in deze dan ook lamentabel. Het menselijke ras is net wat het is doordat het steeds grenzen aftast, niet doordat enkele uitzonderingen in staat zijn zichzelf wetenschappelijk aanvaardbare limieten op te leggen.

Ik maak de vergelijking met fiscale fraude. Als de pakkans klein is, zal fraude welig tieren. Als de pakkans groot is, zal slechts een harde kern blijven frauderen. Dat wil daarvoor nog niet zeggen dat al de rest ineens braafjes de regels gaat volgen. De rest zal namelijk toch nog steeds wel eens lichte fiscale fraude plegen of nog belastingen al dan niet op onaanvaardbare wijze (proberen te) ontwijken, enkele bonafide uitzonderingen te na. Het gevolg zal echter zijn dat quasi iedereen verdacht is en de regels steeds strenger en strenger worden.

Dat is in de huidige crisis niet anders. Ondanks dat sommigen hun geweten daarmee proberen te sussen, hebben we de huidige situatie niet te danken aan een regering met totalitaire trekjes die door tirannieke wetenschappers wordt geadviseerd. We hebben dit te danken aan een wijdverbreide mentaliteit onder de mensen.

Een tweede lockdown stond dan ook in de sterren geschreven. De echte vraag die we ons dan ook op heden moeten stellen is: zijn we goed bezig? Het feit dat we nog steeds in de tweede lockdown (blijven vast)zitten, geeft hierop het antwoord, maar ook de sleutel. Willen we niet langer gestraft blijven, moeten we misschien met zijn allen wat minder overtuigd zijn dat we het beter weten dan een ander en gewoon voor de verandering eens echt doen wat van ons wordt gevraagd. Als we dat eerder hadden gedaan en wat minder snel tevreden over onszelf waren geweest, hadden wij misschien al veel meer activiteiten kunnen organiseren.

Afgezien van het feit dat mijn persoonlijke leven reeds maanden geleden naar de rol werd verwezen – het voelt daarbij bijzonder wrang aan dat het mij toch wel opvalt dat degenen rondom mij, die de regels het meest bekritiseren dan nog degenen zijn die ze het minst respecteren of zichzelf in de waan laten dat tegen beter weten in wel te doen – bent u ook gestraft. Afgezien van de studiecyclus en enkele permanente vormingen, heeft het Vlaams Pleitgenootschap u het afgelopen najaar slechts op weinig kunnen trakteren. Zelfs het ‘Poelaertplein’ heeft een andere vorm moeten aannemen. Het bestuur is nog geen enkele keer fysiek bijeen kunnen komen. Op sommige vrijwillige medewerkers kunnen we niet eens een gezicht plakken. Dat is bijzonder jammer, nu we er dit werkingsjaar in waren geslaagd een uitzonderlijk grote en gemotiveerde ploeg bijeen te brengen.

Dat brengt mij bij 2021. Wie had er ooit gedacht dat het zo zou beginnen? Ik eerlijk gezegd niet. Ik had meer vertrouwen in ons kunnen en bleef hopen dat we ons tijdig zouden herpakken om begin dit jaar de draad weer op te nemen. Wellicht was dat niet realistisch, maar de berichten in de media waren hoopgevend. De realiteit is echter dat het klaarblijkelijk nog een werk van lange adem zal zijn. Bijgevolg blijven u en ik al zeker tot eind februari gestraft, maar wellicht nog vele maanden langer.

Voorlopig is het terug onduidelijk of de Pleitwedstrijd en de Openingsconferentie – en ja, ook de gebruikelijke festiviteiten daarrond – plaats zullen kunnen vinden, laat staan met publiek. Er zijn digitale alternatieven, maar daarvan zal toch moeten worden afgetoetst of deze kunnen overtuigen. De citytrip naar Istanboel kunnen we zo goed als zeker opnieuw begraven. Nochtans stuk voor stuk jaarlijkse hoogtepunten op de agenda van het Vlaams Pleitgenootschap. Van zodra wij meer duidelijkheid hebben over wat kan en wat niet kan, zullen wij een extra editie van de nieuwsbrief uitbrengen, die hopelijk een lichtpuntje biedt na deze droevige jaarwisseling.

Wordt u hier niet vrolijk van? Ik ook niet. Beseffen wat ik allemaal heb moeten missen en wellicht nog lang zal moeten missen, maakt alleen maar duidelijk dat de laatste loodjes het zwaarst wegen. Dat is echter geen reden om de waakzaamheid te laten afzwakken. De advocaten onder u weten dit maar al te goed. Als een conclusie of contract tegen een deadline moet worden afgewerkt en we zijn moe en we zijn het zo kotsbeu dat onze hersenen wel lijken te koken, kunnen wij ons toch niet veroorloven om die laatste vijf bladzijden maar halfslachtig uit te werken, niet?

Ik hoop dat u in 2021 eerst en vooral gezond blijft, maar ook dat ik op uw steun kan rekenen, zodat mijn erfenis voor het Vlaams Pleitgenootschap niet beperkt blijft tot het inzetten op een verbeterde werking van de website en dus van onze dienstverlening.

Vlaams Pleitgenootschap